De editie 2026 van de Rally van Monte-Carlo was nog eens een “echte” Monte, met sneeuw, ijs, regen, dikke mist en vooral voortdurend wisselende omstandigheden, zodat de bandenkeuze telkens een loterij was en niemand een volledige klassementsproef op de juiste banden stond. Omstandigheden waarin feeling voor tractie doorslaggevend is.
Ondanks zijn gebrek aan ervaring met een Rally1 en ondanks zijn jonge leeftijd, bleek Oliver Solberg meesterlijk in deze omstandigheden. Op zijn 24ste verraste hij ‘Mister Monte’ Sébastien Ogier, 10-voudig winnaar in zijn thuisrally en 9-voudig wereldkampioen, met gelijke wapens. En dat terwijl het pas zijn tweede wedstrijd met de Yaris Rally1 was, nadat hij vorig jaar de Toyota al naar een verrassende zege stuurde in Estland.

Oliver Solberg legde donderdagavond, toen de weersomstandigheden hels waren met veel sneeuw en mist, de basis voor zijn overwinning. Op de tweede proef reed hij iedereen op meer dan een halve minuut. De minuut voorsprong die hij donderdag op drie proeven bij elkaar reed zou hij niet meer uit handen geven, ondanks een schuiver vrijdag in de late namiddag, toen hij een rondje door een weide maakte en nog de snelste tijd klokte op KP 12, en ondanks twee foutjes zondagochtend met de finish in zicht. Om Monte-Carlo 2026 te winnen had je ook wat geluk nodig.
“Het dringt nog niet helemaal tot me door wat we gerealiseerd hebben. Winnen in Monte-Carlo is magisch. Dit had ik niet gedacht, maar in dit soort omstandigheden is alles mogelijk. Zaterdag hadden we geluk bij die schuiver. We geraakten even uit het goede spoor, de wagen brak uit en ik schoof in een weide. Gelukkig liep die omhoog, zodat we in de sneeuw na een lusje toch terug op de baan geraakten en nog de snelste tijd reden. Ook op de slotproeven waren de omstandigheden heel moeilijk. Dit was de moeilijkste rally die ik ooit gereden heb. Ik wil vooral Toyota bedanken voor het vertrouwen,” lachte de 24-jarige Zweed, die donderdagavond zijn mama Pernilla bedankte. “Vroeger heeft ze me geleerd hoe je tractie zoekt in de sneeuw, wanneer we eens gingen trainen met een Subaru. Gewoon voortdurend spelen met het gas en het rempedaal, zodat het differentieel blijft werken. Die techniek heb ik hier ook toegepast.” De laatste overwinning van Petter, zijn pa en de wereldkampioen van 2003, dateert van de Wales Rally GB 2005.
Elfyn Evans werd tweede op 51”8 na een meer dan degelijke wedstrijd. De Welshman reed wereldkampioen Sébastien Ogier op 1’10”. Sterk. “En toch was er niets te doen aan Oliver dit weekend. Alle respect voor wat hij hier heeft gepresteerd, want het was echt moeilijk.”

Sébastien Ogier stond voor de 15de keer op 17 deelnames op het podium in zijn thuisrally. Daar zaten 10 zeges bij. Maar, de wereldkampioen, die tijd verloor toen hij donderdagavond het parcours opende in moeilijke omstandigheden, was toch niet erg blij. Vooral het gebrek aan grip met de banden van Hankook was een punt van kritiek.

Ook bij Thierry Neuville trouwens. De kopman van Hyundai eindigde op de vijfde plaats, achter teamgenoot Adrien Fourmaux, nadat hij vrijdag veel tijd verloor na een schuiver in een greppel en nog een paar keer lek reed. Ook op de slotdag verloor hij nog anderhalve minuut door een lekke band.
“Het was niet ons weekend, in extreem moeilijke omstandigheden. Ik heb het ganse weekend moeite gehad met het vinden van grip met deze banden. We hebben alles gegeven, maar het zat niet mee.”
Teamgenoot Hayden Paddon strandde op de 11de plaats, nadat hij ook flinke schuiver had op KP 12 en enkel dankzij de fans terug op de baan geraakte. Voor Paddon was het mentaal een opluchting dat hij de finish in Monte-Carlo bereikte, nadat hij in 2017 een fataal ongeval had op deze proeven. “Ik had nooit gedacht deze wedstrijd nog te rijden en al helemaal niet met een fabriekswagen. Dit voelt als het afsluiten van een moeilijk hoofdstuk. Ik voel een last van mijn schouders vallen….”
Bij M-Sport beleefde men een offday op de slotdag. Zowel Josh McErlean als Jon Armstrong gingen nog van de baan. Grégoire Munster moest de strijd op de verbinding naar de eerste proef van de slotdag staken toen de motor verdere dienst weigerde door een elektrische panne.

In WRC2 was er een sterke start van het nieuwe fabrieksteam van Lancia HF Corse, maar de piloten lieten zich verrassen. Eerst ging Yohan Rossel op de openingsproef van de baan, waarna ook Nikolay Gryazin zich liet verrassen. De eer van Stellantis werd uiteindelijk wel gered door Leo Rossel, de broer van Yohan, die zijn eerste WRC2-zege behaalde met een Citroën C3 van 2C Compétition.

Maar, onze aandacht ging dit weekend in Rally2 vooral naar het Belgische duo Cédric Cherain en Jasper Vermeulen. Ze waren niet in WRC2 ingeschreven, waardoor ze met #54 telkens achter de prioritaire rijders van start gingen. Die late startpositie leverde, in combinatie met het onmiskenbare talent, de ervaring en het lef van Cédric Cherain, enkele fameuze exploten op, zoals een 9de tijd algemeen donderdagavond, een 5detijd algemeen vrijdag en zelfs een 3de tijd algemeen zondagochtend. Ronduit knap van de Belgische kampioen van 2024, die ook in deze Monte-Carlo bewijst dat hij de laatste jaren zijn natuurtalent koppelt aan efficiëntie, zonder over de limiet te gaan. En, nee, het was zeker niet alleen te danken aan zijn startpositie, want waar bleven de andere Rally2-piloten die laat van start gingen dan? Het was enkel Cherain die zo hard ging. Zijn chrono’s zetten zijn prestaties van vorig jaar met de Porsche 992 Rally GT ook in een ander perspectief. Ook dat niveau heeft niemand anders gehaald met de Porsche.

Hoe dan ook, de Luikenaar heeft Jasper Vermeulen een onvergetelijk WRC-debuut bezorgd, bekroond met een onverhoopte 14de plaats algemeen, en hopelijk kan Cédric op een of andere wijze beloond worden voor deze stunt. Waarom niet als testrijder in een WRC27 van Belgische makelij…
John Wartique reed ook een sterke Monte-Carlo. Samen met Maxime Andernack werd hij 19de algemeen, terwijl Amaury Molle de Skoda Fabia RS naar een 22ste plaats stuurde.
